Depressie heeft niet alleen een ingrijpende invloed op het individu, maar ook op de partner en de kwaliteit van de relatie. Onderzoek laat zien dat relatieproblemen en depressieve klachten elkaar wederzijds versterken: relatieproblemen voorspellen depressie op langere termijn, terwijl depressie leidt tot verslechtering van de relatie (Mead, 2002; Whisman & Bruce, 1999). Bovendien blijkt dat individuele CGT minder effectief is wanneer relationele stress na afloop van de behandeling blijft bestaan, met een verhoogde kans op terugval tot gevolg (Baucom et al., 2018).
In de praktijk blijven partners echter vaak aan de zijlijn staan. Dat is een gemiste kans. Betrokkenheid van de partner kan herstel versnellen, terugval helpen voorkomen en de relatie beschermen tegen verwijdering of verwijt (Baucom et al., 2019). Tegelijkertijd hebben partners van mensen met depressie zelf een verhoogd risico op psychische klachten, zoals depressie en angst (Baucom et al., 2018). Veel partners voelen zich machteloos of overbelast: zij willen helpen, maar weten niet hoe. Pogingen tot steun worden niet altijd als helpend ervaren, hulpeloosheid kan omslaan in frustratie en grenzen kunnen vervagen.
In deze dynamiek ontstaat vaak partneraccommodatie: partners passen hun gedrag aan om spanning of klachten te verminderen, bijvoorbeeld door activiteiten over te nemen, confrontaties te vermijden of de cliënt te ontzien. Hoewel deze reacties begrijpelijk zijn, kunnen zij onbedoeld bijdragen aan het in stand houden van depressieve klachten en passiviteit. Het herkennen en bespreekbaar maken van partneraccommodatie vormt daarom een belangrijk aangrijpingspunt binnen partnerbetrokken behandeling.
In deze workshop staat een CGT-geïnformeerde, partnerbetrokken aanpak bij depressie centraal: Cognitive Behavioral Couple Therapy (CBCT). Onderzoek naar deze aanpak laat zien dat partnerbetrokken behandeling niet alleen leidt tot betere behandeluitkomsten voor cliënten met depressie, maar ook tot vermindering van klachten bij partners en verbetering van de relatiekwaliteit. Deze bevindingen sluiten aan bij meta-analyses waaruit blijkt dat partnergerichte interventies bij depressie effectief zijn en gepaard gaan met winst in relatiekwaliteit (Barbato & D’Avanzo, 2008).
Hoewel het oorspronkelijke CBCT-model uitgaat van volledige partnerbetrokkenheid, laat de klinische praktijk zien dat ook het betrekken van de partner in enkele sessies al betekenisvol verschil kan maken, zowel voor de effectiviteit van de behandeling als voor de relatie. De workshop is bedoeld voor behandelaars die individuele depressiebehandeling geven en zoeken naar concrete, haalbare manieren om de partner structureler of laagdrempeliger te betrekken.
Er wordt aandacht besteed aan partneraccommodatie, gezamenlijke en individuele gedragsactivatie, en aan het ondersteunen van partners zodat zij betrokken kunnen blijven zonder zichzelf te verliezen. Theorie wordt afgewisseld met klinische voorbeelden en oefeningen, zodat deelnemers de vertaalslag kunnen maken naar hun eigen behandelpraktijk.
Leerdoel
Na afloop van de workshop:
- begrijpen deelnemers hoe partneraccommodatie kan bijdragen aan het in stand houden van depressieve klachten, en hoe zij dit kunnen herkennen en bespreekbaar maken;
- kunnen zij onderbouwd kiezen wanneer individuele of gezamenlijke gedragsactivatie geïndiceerd is en hoe deze vorm te geven;
- beschikken zij over concrete handvatten om partners te ondersteunen bij het omgaan met depressie, met oog voor hun eigen grenzen en draagkracht.
Deelnemers oefenen met:
- het opstellen van een gedragsactivatieplan waarin beide partners actief betrokken zijn.
Aanbevolen literatuur
- Boek: Baucom, D.H., Fischer, M.S., Corrie, S., Worrell, M., & Boeding, S.E. (2019). Treating Relationship Distress and Psychopathology in Couples: A Cognitive-Behavioural Approach (1st ed.). Routledge. https://doi.org/10.4324/9781315626413
In aanvulling op het boek zijn ook de volgende artikelen interessant:
- Barbato, A., & D’Avanzo, B. (2008). Efficacy of couple therapy as a treatment for depression: A meta-analysis. Psychiatric quarterly, 79, 121-132.
- Baucom, D. H., Fischer, M. S., Worrell, M., Corrie, S., Belus, J. M., Molyva, E., & Boeding, S. E. (2018). Couple‐based intervention for depression: An effectiveness study in the National Health Service in England. Family Process, 57(2), 275-292.
- Mead, D. E. (2002). Marital distress, co‐occurring depression, and marital therapy: a review. Journal of Marital and Family Therapy, 28(3), 299–314. https://doi.org/10.1111/j.1752-0606.2002.tb01188.x
- Whisman, M. A., & Bruce, M. L. (1999). Marital dissatisfaction and incidence of major depressive episode in a community sample. Journal of Abnormal Psychology, 108(4), 674–678. https://doi.org/10.1037/0021-843X.108.4.674
Over de sprekers
Aerjen Tamminga is psycholoog, relatietherapeut en buitenpromovendus aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij werkte eerder als research affiliate bij MIT en als research fellow aan Harvard University. In zijn klinische en academische werk richt hij zich op gedragsmatige relatietherapie, met een specifieke focus op cognitief-gedragstherapeutische relatietherapie (CBCT) en de inzet van partnerbetrokkenheid bij depressie.
Aerjen werd persoonlijk getraind en begeleid door Don Baucom, de grondlegger van CBCT, en vertaalt deze methodiek naar de dagelijkse praktijk van diagnostiek, behandeling en training. Hij is co-auteur van meerdere boeken over relatietherapie, verzorgt workshops en supervisie voor professionals en spreekt regelmatig op congressen. Als scientist-practitioner zet hij zich in om wetenschap en praktijk dichter bij elkaar te brengen. Daarnaast is hij betrokken bij een meerjarig onderzoeksproject van ARQ Centrum ’45 naar de effectiviteit van systeembehandeling bij getraumatiseerde geüniformeerden en hun gezinnen.
Kernwoorden
Depressie, CGT, partners
