Mediatieve therapie is een onderschatte en in de volwassenenzorg nog relatief weinig ingezette behandelvorm, terwijl het in veel situaties juist een waardevolle uitkomst kan bieden.
Deze cognitief-gedragstherapeutische aanpak richt zich niet alleen op de cliënt zelf, maar betrekt actief het netwerk bij het behandelproces. Dit kan bijzonder effectief zijn bij onder meer neurocognitieve stoornissen en persoonlijkheidsproblematiek, juist omdat het netwerk een cruciale rol kan spelen in het dagelijks functioneren en het realiseren van behandelresultaten.
In deze interactieve workshop verkennen we wat mediatieve therapie inhoudt en in welke situaties deze aanpak passend kan zijn. We bespreken de principes van het betrekken van naasten en hoe dit zowel in intra- als extramurale zorg kan worden vormgegeven. Daarbij besteden we aandacht aan praktische tips en veelvoorkomende valkuilen, zodat deelnemers handvatten krijgen voor het effectief inzetten van mediatieve therapie in de eigen praktijk.
Daarnaast gaan we in op de ethische overwegingen die komen kijken bij het betrekken van het netwerk, zoals informed consent en rol-afbakening. Door middel van casuïstiek, videofragmenten en korte vignetten krijgen deelnemers de gelegenheid om zelf te oefenen en de toepassing van mediatieve therapie concreet te ervaren.
Deze workshop biedt een combinatie van theoretische achtergrond en praktische oefening, waardoor deelnemers zowel inzicht krijgen in de meerwaarde van mediatieve therapie als handvatten voor de implementatie in hun eigen werkomgeving.
Leerdoel
Na afloop weten deelnemers wat mediatieve therapie inhoudt, waarin het verschilt van individuele behandeling en in welke situaties deze aanpak meerwaarde heeft. Ze herkennen welke netwerkleden en contextfactoren bepalend zijn voor een succesvolle toepassing en kennen de belangrijkste ethische en praktische aandachtspunten.
Daarnaast kunnen deelnemers in grote lijnen een mediatief behandeltraject vormgeven en beschikken zij over een stevig fundament om de methodiek verder te verkennen en gericht toe te passen binnen hun eigen praktijk.
Aanbevolen literatuur
- Bollen, S., Rossi, G., & van Alphen, S. (2025). The Importance of Core Needs of Personality in Older Adults with Severe Mental Illness: A Position Paper with Case Report. International Journal of Cognitive Behavioral Therapy, 1-17.
- Botter, L., Videler, A.C., & van Alphen, S.P.J. (2025). Schematherapie in het verpleeghuis. In: A.C. Videler, A-A den Hertog, K. Turksma & S.P.J. van Alphen (Red.). Schematherapie bij ouderen met persoonlijkheidsproblematiek (pp. 105-127). BSL.
- Ekiz, E., Videler, A. C., & Van Alphen, S. P. (2022). Feasibility of the cognitive model for behavioral interventions in older adults with behavioral and psychological symptoms of dementia. Clinical Gerontologist, 45(4), 903-914.
- James, I.A. (2013). Cognitieve gedragstherapie voor ouderen: een praktische gids voor hulpverleners. Lannoo Campus.
- Klaver, M. (2016). Mediatieve therapie. In: P. Smits, R. Ponds, N. Farenhorst, M. Klaver, & Verbeek, R. (pp. 93-112). Handboek neuropsychotherapie. Amsterdam: Boom.
- Klaver, M. & A-Tjak, J. (2006): Mediatieve gedragstherapie in het verpleeghuis: het gebruik van cognitief gedragstherapeutische analyses en cognitieve interventies met een zorgteam. Gedragstherapie, 39,5-21.
Over de sprekers
Prof. dr. Arjan Videler. Psychotherapeut en GZ-psycholoog werkzaam bij PersonaCura, topklinisch centrum voor persoonlijkheids- en ontwikkelingsstoornissen bij senioren van GGz Breburg; bijzonder hoogleraar psychotherapie bij ouderen, Tranzo, Tilburg University. Lid bestuur sectie Ouderen VGCt.
Corgé Borghouts. GZ-psycholoog en supervisor VGCt. Hoofddocent GZ-opleiding RINO
Amsterdam. Voorzitter sectie ouderen VGCt.
Diniek Kanis. GZ-psycholoog werkzaam in verpleeghuisorganisatie Zorgverlening Het Baken. Lid bestuur sectie Ouderen VGCt.
Kernwoorden
Mediatieve therapie, netwerkinterventies, neurocognitieve stoornis, persoonlijkheidsstoornis, volwassenen.
