Een specifieke fobie behandelen, kan dat in één sessie?

Specifieke fobieën zijn een van de meest voorkomende angststoornissen en ontstaan meestal in de kindertijd. Vaak wordt gedacht dat een fobie niet zo belemmerend is en vanzelf overgaat. Ook weten mensen vaak niet de juiste hulp te vinden. Echter, wanneer specifieke fobieën niet behandeld worden, gaan ze meestal niet vanzelf over en duren ze voort tot ver in de volwassenheid, vaak als voorloper van andere angst en stemmingsstoornissen (Gregory et al., 2007). Bovendien kunnen fobieën veel impact hebben op het leven van een kind en zijn of haar gezin. Vermijding kan leiden tot andere problemen; bijvoorbeeld, kinderen vermijden het spelen met vrienden vanwege een angst voor honden, hebben moeite met slapen door een angst voor het donker, ondergaan geen medische ingrepen door een injectieangst, of spelen niet meer buiten door een angst voor insecten.

Slechts een klein deel van de kinderen met een specifieke fobie ondergaat een behandeling (zie bijvoorbeeld Stinson et al., 2007). CGT is de gouden standaard voor het behandelen van angststoornissen waaronder fobieën. Helaas werkt CGT niet voldoende voor een aanzienlijk deel van de cliënten (±40%).

De one-session treatment is een korte, intensieve, behandeling die gericht is op exposure.

We weten dat exposure een van de meest effectieve componenten van een behandeling is voor specifieke fobieën. We weten echter ook dat het voor gezinnen niet altijd makkelijk is om thuis goede exposure oefeningen uit te voeren en dat het voor behandelaren niet altijd makkelijk is om exposure in een reguliere behandelsessie in te passen (mede afhankelijk van het type fobie). Daarbij zouden korte intensieve behandelprotocollen kunnen bijdragen aan het toegankelijk maken van zorg voor een grotere groep kinderen.

 

Tijdens deze workshop bespreken we de basis van het one-session treatment protocol (Ollendick et al., 2009; Öst & Ollendick, 2001). De belangrijkste sessie uit dit protocol is een 3-urige exposure sessie waarin stap voor stap wordt gewerkt aan het overwinnen van de fobie, bijvoorbeeld het ondergaan van een injectie, in een kamer zijn met een hond, of het buiten zetten van een spin.

Om de exposure effectief vorm te kunnen geven wordt deze sessie voorafgegaan door een uitgebreide cognitieve gedragsanalyse waarin de therapeut met het kind onderzoekt wat de situatie of het object zo beangstigend maakt en welke catastrofale gedachten het kind heeft over de gevreesde situatie.

Na de 3-urige exposure-sessie volgt een periode van minimaal 4 weken waarin het kind thuis doorgaat met oefenen.

 

Tijdens deze workshop wordt een presentatie gegeven over het one-session treatment behandelprotocol en de wetenschappelijke onderbouwing voor dit protocol. Daarnaast worden praktische tips en tricks besproken aan de hand van (video) voorbeelden en oefeningen.

 

 



Leerdoel

Het vergroten van de kennis en bekwaamheid van therapeuten in het inzetten van intensieve exposure bij kinderen en jongeren. Aan het einde van deze workshop hebben deelnemers geleerd:

 

 



Aanbevolen literatuur

 



Over de spreker

Annelieke Hagen werkt als masterpsycholoog bij het Leids Universitair Behandel en Expertise Centrum (LUBEC) en als promovenda bij de Universiteit van Leiden. Hier is zij teamlid van het Kenniscentrum Angst en Stress bij jeugd (KAS). In de klinische praktijk werkt zij vooral met kinderen en jongeren met angstklachten, OCD of trauma. Binnen haar promotietraject doet zij onderzoek naar het verbeteren van de behandeling van specifieke fobieën bij kinderen en jongeren. In dit project wordt gewerkt met het one-session treatment protocol (Öst & Ollendick, 2001) en wordt onderzocht of behandeleffecten kunnen verbeteren door het inzetten van een app met gepersonaliseerde exposure oefeningen waarmee gezinnen thuis, na de behandeling, verder kunnen oefenen. Annelieke heeft een train de trainer traject gevolgd bij prof. Thomas Ollendick, één van de grondleggers van de one-session treatment. Zij heeft vervolgens alle therapeuten die deelnemen aan haar promotieonderzoek getraind in deze behandelmethode; zo’n 25 therapeuten in 6 verschillende instellingen.

 


 

Kernwoorden

One-session treatment; exposure; kinderen en jongeren; specifieke fobieën