De gegeneraliseerde angststoornis (GAS; ofwel de ‘piekerstoornis’) komt veel voor, maar was in vergelijking met andere angststoornissen matig behandelbaar met cognitieve gedragstherapie (CGT). Reden hiervoor zou zijn dat er geen stoornisspecifiek theoretisch model bestond en dus geen stoornisspecifieke behandeling.

In de jaren ’90 zijn verschillende stoornisspecifieke theoretische modellen voor GAS ontwikkeld, waaronder het metacognitieve model  (Wells, 1995). Volgens deze theorie is niet het piekeren zelf het probleem, maar de metacognitieve opvattingen die patiënten over piekeren hebben (zoals het idee dat piekeren helpt om problemen te voorkomen, of de opvatting dat piekeren onbeheersbaar is). Metacognitieve therapie (MCT)  richt zich dan ook specifiek op het onderzoeken en wijzigen van deze metacognities. De behandeling is inmiddels in meerdere onderzoeken effectief gebleken, met grote effecten en hoge herstelpercentages. Bovendien bleek MCT effectiever dan andere vormen van CGT voor GAS.

Aan de hand van korte presentaties, (DVD-)demonstraties en praktische oefeningen leren de deelnemers wat metacognitieve therapie is en oe deze behandeling an worden toegepast bij patienten met een GAS.

 

 



Leerdoel

Na afloop van deze cursus:

 

 



Aanbevolen literatuur

 



Over de spreker

Em.prof. dr. Colin van der Heiden, klinisch psycholoog-psychotherapeut, is als klinisch psychoog werkzaam voor Mentalmints in Zoetermeer en Vink PC in Ridderkerk. Daarnaast werkt hij als onderzoeker voor de Parnassia Groep. Hij verzorgt postmasteronderwijs over cognitieve gedragstherapie, metacognitieve therapie en doelgestuurd behandelen.

 


 

Kernwoorden

Metacognities; piekeren; gegeneraliseerde angst; opvattingen over piekeren; metacognitieve therapie