Alhoewel irrationele angsten vrij eenvoudig kunnen ontstaan, komen mensen er moeilijk vanaf. Ruim 1 miljoen Nederlanders lijden aan irrationele angsten. Hun levens worden sterk beperkt, zo niet verziekt door angst. Bovendien ligt angst vaak ten grondslag aan andere stoornissen zoals depressie en verslaving. Volgens de richtlijnen is CGT nog altijd de voorkeursbehandeling, waarbij herhaalde blootstelling aan de gevreesde situatie centraal staat. Deze behandeling kan buitengewoon effectief zijn,  maar lang niet altijd en bovendien komen de angstklachten op de lange termijn geregeld weer terug. Bij CGT leren mensen weliswaar nieuw gedrag, maar het angstgeheugen blijft vaak onveranderd, waardoor de kans op terugval aanzienlijk is. Lange tijd ging men ervan uit dat een eenmaal aangeleerde angst onuitwisbaar in het brein verankerd blijft.

 

Rond de eeuwwisseling hebben neurowetenschappers aangetoond dat het toch mogelijk is om het angstgeheugen op een revolutionaire wijze te verzwakken, waardoor de angst niet langer terugkeert. Dit principe staat nu bekend als verstoring van geheugenreconsolidatie. Het onderzoek bij proefdieren was de aanleiding om te onderzoeken of en hoe dit principe op mensen van toepassing zou kunnen zijn. In 2009 laten wij voor het eerst zien dat de methode ook bij mensen werkt, waarbij angst kunstmatig werd aangeleerd middels klassieke conditionering in het lab. Het oproepen van een eerder gevormd angstgeheugen oftewel één korte blootstelling aan de gevreesde situatie in combinatie met een éénmalige dosis van de bètablokker propranolol (40 mg) blijkt veel effectiever dan herhaalde blootstelling. Het onderzoek uit 2009 wordt vervolgens herhaaldelijk gerepliceerd, overigens niet altijd succesvol. Bètablokkers worden ook wel als tijdelijke angstremmers gebruikt, maar dat is voor deze behandeling niet relevant. Propranolol wordt meestal pas toegediend ná de gevreesde blootstelling en blokkeert tijdelijk de bèta-adrenerge receptoren in de hersenen waardoor het zojuist geactiveerde angstgeheugen niet meer in de oude vorm wordt opgeslagen. Slaap speelt overigens een belangrijke rol in het veranderen van het angstgeheugen.

 

Vervolgonderzoek toont aan dat een relevante leerervaring (prediction error) bij het reactiveren van het angstgeheugen een randvoorwaarde is voor succesvolle geheugenreconsolidatie. De nieuwe leerervaring brengt het angstgeheugen namelijk in een instabiele staat, waardoor verandering van het geheugenspoor mogelijk wordt. Kortom, het komt nogal nauw of de blootstelling leidt tot het beoogde behandeleffect. In 2015 passen we de methode voor het eerst succesvol toe bij mensen met een irreële angst voor spinnen.

 

Het onderzoek leidt tot de ontwikkeling van een behandelmethode: Memrec. In 2018 richten we een ggz-praktijk op voor irrationele angsten. Cliënten worden eenmalig blootgesteld aan hun angst en krijgen dan eenmalig een bètablokker. De volgende dag komen ze terug voor een korte (exposure) sessie om het effect van de behandeling te testen, wat cruciaal blijkt te zijn voor het behandelresultaat. In 83% van de gevallen is de hevige angst blijvend verdwenen. We behandelen angsten die vaak voorkomen, maar ook zeldzame angsten. In mijn lezing zullen de volgende thema’s aan bod komen: 1) theorie over geheugenreconsolidatie, 2) vertaling van theorie naar de praktijk, en 3) verhalen uit de alledaagse praktijk met aandacht voor uitdagingen van praktische, theoretische en psychologische aard.

 

 



Leerdoel

  1. Het verwerven van een grondig inzicht in het ontstaan van irrationele angsten en de redenen achter hun hardnekkigheid.
  2. Verwerven van achtergrondkennis met betrekking tot angstgeheugen en de complexe processen van geheugenreconsolidatie.
  3. Uitbreiden van kennis omtrent de voor- en nadelen van diverse behandelmethoden voor irrationele angsten, met specifieke aandacht voor Exposure en Memrec.
  4. Vergaren van inzicht in de uitdagingen en hindernissen die zich voordoen op de weg van wetenschappelijk laboratoriumonderzoek naar praktische toepassingen.
  5. Verdiepen in de praktische obstakels die zich voordoen bij het realiseren van optimale blootstelling aan angst als onderdeel van de behandeling.
  6. Verwerven van kennis over theoretische hindernissen met betrekking tot het optimaal reactiveren van het angstgeheugen in de therapeutische context.
  7. Inzicht verwerven in de psychologische uitdagingen die zowel de therapeut als de cliënt kunnen tegenkomen tijdens de kortdurende en intens emotionele behandeling van irrationele angsten.

 

 



Aanbevolen literatuur

 



Over de spreker

Merel Kindt is hoogleraar experimentele klinische psychologie en voorzitter van de afdeling psychologie aan de Universiteit van Amsterdam. Ze leidt een onderzoeksprogramma naar de veranderbaarheid van ‘emotioneel geheugen’. Voor haar onderzoek heeft ze verschillende persoonlijke beurzen ontvangen waaronder NWO Aspasia (2002), NWO VICI (2007), ERC Advanced (2016). Zij is een van de hoofonderzoekers en tevens lid van de wetenschappelijk raad voor New Science of Mental Disorders (NWO Zwaartekracht, 2019), waar een fundamenteel nieuwe aanpak van psychische stoornissen wordt onderzocht. Tevens is ze GZ-psycholoog en is ze oprichter van een gespecialiseerde angstkliniek.

 


 

Kernwoorden

Irrationele angsten, angstgeheugen, reconsolidatie,  memrec, bètablokker